Ik geloof in wonderen,Geertje ten Kate

< — Terug

Hieronder kunt u lezen over de wonderbare genezing van Geertje, God genas haar tijdens een tentcampagne van de Woonwagenzending van een 45 cm grote tumor. En zij en haar man werden gered.

Hoe God mij hoop en genezing gaf
Hallo, Ik ben Geertje ten Kate uit Hoogeveen. Ik wil graag vertellen over de wonderbare dingen die God heeft gedaan in mijn leven. Ik begin met vele jaren geleden: ik was al bekeerd, maar was nog niet echt met de Here Jezus aan het werk. Ik had nog geen relatie met Hem. Ik ging zondags wel naar de kerk. Mijn man Wolter bracht mij, maar hij wilde zelf niet naar binnen, hij vond het maar niks. Hij vond het best goed dat ik er graag heen wilde maar zelf dacht hij er anders over. Dat ging een tijdje zo voort en door de week was ik niet zo met mijn gedachten bij God. Daar is nu verandering in gekomen en dat wil ik graag met jullie delen.

Wij gaan terug naar 5 september 1997. Op die dag kreeg ik na vele onderzoeken te horen dat ik ernstig ziek was. Ik had een tumor in mijn buik van ongeveer 35 centimeter.

Ik was zo dom geweest om te denken dat ik een te dikke buik had van het eten, maar dat bleek een tumor te zijn die net zo groot was als een net volwassen kat. Een paar dagen later kreeg ik een kijk-operatie en direct naar de operatie kwam de chirurg al langs om te vertellen dat hij iets gezien had wat nieuw voor hem was. En hij zei dat het een bijzondere ziekte was die hij niet kende. Ik werd door verwezen naar het A.Z.C. in Groningen en daar kwamen de artsen tot de ontdekking dat het geen kwaadaardige tumor was, maar wel dat het zeer zeldzaam was en bijna niet te genezen is. Er was maar één bepaald soort medicijn voor bekent en dat medicijn had 50% kans van slagen. Ik hoorde bij die 50% waar het medicijn niet bij werkte. De doctoren hadden mijn laatste hoop weggenomen en zagen geen kans meer op herstel. Ik was opgegeven. Zo dacht mijn dokter. En ook Wolter zag het niet meer zitten. Het einde was voor hem in zicht.

Maar daar dacht ik anders over. Ik had mijn vertrouwen op God gesteld want wat voor de dokters onmogelijk is, is voor God wel mogelijk. Hij gaf mij steun en gaf mij kracht om mijn ziekte te dragen. Ik had veel pijn, maar dankzij God geen verdriet. Ondanks de pijn en het besef dat ik nog maar kort te leven had, hield ik van God en dankte hem omdat hij mij steunde en de pijn verdraagzaam maakte. Inmiddels hoorde ik dat in Nederland ongeveer 5 mensen per jaar waren die dezelfde ziekte (lymfangily-amatose) hadden als ik. Het kwam in de longen voor, en de meeste overleden aan deze ziekte.
De tumor maakte ongeveer 8, a ,9 liter vocht aan in mijn buik en dat moesten ze om de 3 dagen weg halen. Dat was ook weer een groot probleem omdat in dat vocht veel voedingsstoffen en eiwitten aanwezig waren. Ik moest ongeveer een complete koe opeten om diezelfde voedingsstoffen van 1 week vochtverlies terug te krijgen en dat lukte niet.

Ik werd zwakker en kon alleen nog maar op bed liggen. Als het zo nog een week door zou gaan zou ik geen kracht meer hebben om er boven op te komen. Mijn arts ging contact zoeken met een arts uit Engeland, voor een pompje, om vocht uit mijn buik te kunnen halen. Dat vocht zou dan terug kunnen worden gebracht door een groot bloedvat in mijn nek. Als dat zou lukken zou ik volgens de dokter misschien nog een paar maanden kunnen leven en zou mijn energie niet verloren gaan. Maar dat pompje moest wel snel komen, want ik was erg zwak en ging hard achteruit. Wolter zag het helemaal niet meer zitten en wilde naar Engeland rijden om het pompje direct te gaan halen, maar volgens de dokter duurde dat net zo lang als met de post. In ieder geval te lang voor mij. Ik was zwak maar niet te zwak om te gaan bidden tot God. Ik ben al biddend in slaap gevallen en werd waker gemaakt omdat ik direct geopereerd moest worden. Het pompje was er.

De dokter kwam voor de operatie bij ons langs om te zeggen dat wij afscheid moesten nemen. De operatie was voor mij zo zwaar dat ik maar een paar procent had om er doorheen te komen. Maar ik had geen keus, het moest en als ik het niet deed wist ik zeker dat ik het niet zou halen. Ik vroeg aan Wolter dat als ik het niet zou halen dat hij dan ook een keer zijn hart aan Jezus zou geven en dat beloofde hij. Ik was er klaar voor en was bereid om tot God te komen. Maar Wolter was niet klaar om mij terug aan God te geven. Hij heeft tijdens de operatie gebeden tot God en vroeg aan God: “ik kan haar nog niet missen geef haar 100% kans van slagen”. Ik werd 5 december 1997 wakker en kon God danken dat hij het probleem opgelost had door de handen van de dokter. Mijn pompje werkte! En in mijn leven ging het licht weer branden.
Maar de tumor werd groter hij groeide wel tot 45 centimeter. Ook ging het tumor in mijn longen groeien. Daardoor kon ik niet meer zonder de extra zuurstof die ik 24 uur per dag nodig had. Het licht in mijn leven ging weer zwakker branden.

In het voorjaar van ’98 was er een tent campagne van de Woonwagenzending in Hoogeveen en God gaf mij de kracht om met een rolstoel en zuurstof naar de tent te gaan. Wolter bracht mij maar ging niet mee naar binnen. Dat vond hij niks.

Daar in die tent gebeurde er wat. Ik wist niet wat maar God wel.
Er was een medicijn die mijn ziekte stop zette. Ik ging vooruit… en snel. De tumor groeide niet meer! Het werd zelfs beetje bij beetje kleiner en Wolter kon er niet meer om heen. Hij werd met de wonderen van de Here Jezus geconfronteerd. En het jaar daarna toen de campagne tent weer in Hoogeveen was ben ik samen met Wolter gedoopt.

Ik gebruikte tijdens mijn doop ook extra zuurstof. Ik had dat nog steeds nodig. Thuis had ik een grote tank en om uit huis te gaan had ik kleine flesjes. Zo kon ik er een paar uur uit. Ik was gelukkig ondanks mijn ernstige ziekte. God nam alle leed bij me weg en ik kreeg er vreugde voor terug. Maar hij was nog niet klaar met mij.

Op 15 mei 2000 moest ik naar Zwolle voor een test om na te gaan hoeveel zuurstof ik nog nodig had. Ik had zo’n goed vertrouwen dat ik er zeker van was dat ik geen zuurstof meer nodig had. Ik zei tegen Wolter: “Ik ga straks een grote taart kopen en die geef ik aan mijn broeders en zusters in de kerk om te vieren dat ik geen zuurstof meer nodig heb”. Maar Wolter zei: “Doe maar kalm aan, ik zie het nog niet zitten zonder zuurstof”, maar ik vertrouwde en wist dat voor God alles mogelijk is. En ja hoor! Ik kon tot grote verbazing van de dokter en Wolter zonder extra zuurstof verder door het leven. Diezelfde avond hebben we een grote taart meegenomen naar onze bijbelstudie groep om deze overwinning te vieren.

Het is nu al bijna 2 jaar geleden en ik heb nog steeds geen extra zuurstof nodig gehad. Dank u Jezus! En waarom ik dit moest meemaken weet ik niet. Ik weet wel dat ik nu een relatie met onze Here Jezus heb en dat Wolter ook een kind van God is. God vraagt geen begrip maar geloof. Ik hoop dat mijn getuigenis u aanspoort om eens na te gaan denken over uw eigen leven: Of u in het reine leeft met God. De bijbel zegt er is maar 1 bemiddelaar tot de vader, en dat is zijn zoon: Jezus.

Ik wens u God’s zegen toe,
Geertje woonwagenbewoonster uit Hoogeveen